Er is weer ruimte voor leuke dingen.

Soms krijg je uit je omgeving een onbetaalbare tip: in dit geval een link naar de site van de gemeente Amsterdam. Daar staat een hele pagina over wat zingen doet voor de taalontwikkeling van een kind.
Van het een kom je automatisch op het ander: op die site vond ik een link naar TOLK, een programma voor taalontwikkeling. Op deze sites vind je de kunst van de eenvoud: voor de (taal)ontwikkeling van het kind gaat men uit van de natuurlijke ontwikkeling van het kind. En wat doet een kind van nature als eerste? Zingen! Nou ja, de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het begint met huilen meteen na de geboorte. Maar dan nog: dit huilen ervaren ouders als zingen, toch? Je kind leeft en huilt en jij huilt mee, van blijdschap. Zo gaat dat van nature. En dan duurt het niet lang meer of het kind gaat zingen, met zo’n twee tot drie maanden. Ja, ja, taalprofessionals noemen dat vocaliseren, gewoon een duur woord voor zingen. Want zo klinkt het, en zeer veel ouders putten zich uit in moeite om dat vocaliseren op gang te krijgen, door hoge korte geluidjes te maken en ook tussen hun lippen te spugen tot de belletjes verschijnen. En ja, in doorsnee vinden moeders dat minder gênant dan vaders. Die halen dat in met, tot afschuw van de moeder, hun kind in de lucht te gooien en daar oerwoudgeluiden bij te maken. En de kinderen kraaien / zingen van de lol. Vanuit deze eerste zangmomenten ontstaat taal en het zingen houdt bij kinderen pas op met de uitspraak: stop maar, jij kunt niet zingen. Dan huilt het kind opnieuw als een tweede geboorteschreeuw: naar de wereld van volwassenheid met zijn normen en waarden en zingt niet meer.

Zingen is de eerste trede op de ladder van wat de mens onderscheidt van het dier: het vermogen tot het maken van muziek. De verbinding met het dier blijft in het feit dat geen dier iets doet dat geen waarde voor zijn leven heeft. De mens bezit het vermogen tot het maken van muziek om tot mens uit te groeien: door te spreken en kunst te maken. Maar ja, daar kopen we niks voor in een tijd dat alles uitgedrukt wordt in economische waarde. Levert zingen arbeidsplaatsen op, of inkomsten uit export? Alleen als je Nick en Simon heet. Goed: dan investeren we in Nick en Simon en de rest mag zingen onder de douche. En wil je zingen met een koor, dan ga je lekker met zijn allen onder de douche.

Maar: er zit lente in de lucht: het consumentenvertrouwen groeit! En, alsof zingen in geld is uit te drukken, komen er initiatieven als kieviten in de lente om het belang van muziek in het algemeen en zingen in het bijzonder onder de aandacht te brengen.
We lezen het ook op twitter en ministers zeggen het op tv: er is weer ruimte voor leuke dingen. Ik schreeuw het uit om de pijn van het kokerkijken en word opnieuw geboren.