Debuutconcert Diamond Oldies!

We kennen ze van TV: de Golden Oldies: een koor van mensen op leeftijd die de sterren van de hemel zingen. Maar de Diamond Oldies zijn nieuw: een koor van mensen met dementie. Het koor is ontstaan vanuit de muziekuren die ik met regelmaat in de Herbergier Zoetermeer verzorg.

Zondag 21 december 2014 hadden de Diamond Oldies hun debuutoptreden in een Kerstconcert voor hun familieleden. En het straalde en het glansde. Er is een filmopname gemaakt waar we naar uitkijken.

Hoe gaat dat dan? Vergeten de zangers niet wat er gezongen wordt en kennen ze de tekst nog wel? Nou: het eerstvolgende nummer op het programma moet inderdaad even genoemd worden, maar daarna gaat het als een speer en klinkt het als een (kerst)klok. En de pianobegeleiding? Die is van Arie, 92 jaar, en ja: ook hij is vergeetachtig. Maar hij is ook gepensioneerd musicus in het bezit van een absoluut gehoor. Dat laat hem niet in de steek. En hij laat de muziek niet in de steek. Hetzelfde geldt voor zijn vriendin Dita: ook 92 en professioneel zangeres. Dita is oud, en ook moe. Maar als Dita gaat zingen klinkt een geschoolde stem En die stem raakt aan je ziel.

Een mens ontleent zijn menselijkheid aan wat hij betekent voor zijn medemens. Wanneer een mens door hulpbehoevendheid niet meer mag geven, maar nog slechts mag ontvangen verliest hij iets ergers dan een lichamelijke functie.

Dita en haar medekoorleden genoten net zo veel als het publiek dat de uitvoerenden bedankte met een staande ovatie. Dita’s samenvatting: “het is toch wonderlijk wat muziek met mensen doet!”

Van oude mensen en nieuwe liedjes

Mensen met dementie en muziek is een fijne combinatie. Dat was vijftien jaar geleden al bekend. Op de afdeling van mijn oude tante dansten de verzorgsters op vrijdagmiddag op muziek van Frans Bauer, en alle bewoners gingen blij het stille weekend in. Ook André Rieu brengt gegarandeerd een mooie stemming onder de mensen. Dat weet iedere leerling in het betere verzorgingshuis.

Live muziek is altijd leuker dan een cd of video. Zo zijn er huizen die sparen voor een ‘Diva Dichtbij’, waarbij er een professionele zangeres komt zingen voor de bewoners. Dat is een topbelevenis!

Het vermogen van mensen met gevorderde dementie om liedjes uit hun jeugd volledig te kunnen zingen is altijd weer een indrukwekkende ervaring. Zelf zingen, zegt men, is daarbij nog beter dan luisteren. Dus zijn instellingen maar wát blij met een familielid of vrijwilliger die regelmatig met de mensen wil komen zingen. Want ja: je moet de liedjes van de oudere generatie natuurlijk wel kennen om ze te kunnen inzetten. Dat doen de meeste mensen met dementie namelijk niet spontaan.

Nieuwe dingen leren is mensen met dementie niet gegeven, zo is de heersende gedachte. Ze onthouden het immers niet. Tot mijn eigen verrassing heb ik daar het afgelopen jaar andere ervaringen mee gekregen. In een kleinschalige woonvorm voor mensen met dementie waar ik met de mensen muziek maak, draag ik met regelmaat ook nieuwe liedjes aan. Na twee maanden bleken de mensen de nieuwe liedjes te kennen en met veel enthousiasme mee te spelen en soms mee te zingen. Hoe is dat mogelijk?

Dat zou ik willen vragen aan Erik Scherder, de populaire hoogleraar neuropsychologie uit Amsterdam. Hij ontdekte al hoe het komt dat mensen met gevorderde dementie nog zo feilloos oude liedjes zingen. Bij muziek zijn meerdere delen van de hersenen betrokken, die elkaar aanvullen en stimuleren. Dat geldt voor zowel luisteren naar muziek als voor zelf muziek maken. Als je zelf muziek maakt heb je natuurlijk ook de fysieke beweging en beleving, wat nog meer hersenactiviteit oplevert. Zou daar ergens de oorzaak liggen dat ook níeuwe liedjes worden opgepakt en met zoveel enthousiasme worden gezongen en gespeeld?

Canon zingen in de zorg

Veel gebeurtenissen in het maatschappelijk leven kun je heel goed ervaren in muziek. Neem nou de ontwikkelingen in de zorg. Meer specifiek: de situatie op de gemiddelde gesloten afdeling van een verpleeghuis.

Dat laat zich heel goed vergelijken met een canon voor, zeg, acht personen, die twee aan twee hun partij in een canon zingen. Samen én tegelijk apart: eerst zingt het ene groepje van vier de canon, meteen daarna het andere groepje van vier. Iedereen moet niet alleen de canon zelf heel goed kennen, maar ook de eigen plaats daarin. En kunnen wisselen tussen de twee groepjes. In de zorg noem je dat ‘wisseldiensten’ en, zoals bekend, overlappen die elkaar niet. Ze komen na elkaar, kunnen elkaar niet direct ondersteunen of hulp bij de ander vragen en moeten zonder enig overleg vertrouwen op elkaars vaardigheden. En dat zijn er véél!

Essentieel voor een goed klinkende canon is zuiverheid, en een toonhoogte die voor alle stemmen een beetje lekker ligt. Met stip op nummer één om samen te kunnen genieten staat echter ‘naar elkaar luisteren’, direct gevolgd door ‘gelijkwaardigheid van partijen’. Degene die als laatste invalt is net zo belangrijk als de starter!

Soms zit er een ‘brommer’ tussen de zangers. Niks mis mee, gewoon iemand die op één toon zingt. Kan een geweldig effect geven als je de canon zo zingt dat de bromtoon ‘bourdontoon’ wordt, zoals de meeklinkende toon van een doedelzak. Handen op elkaar voor het team dat zó op elkaar weet af te stemmen!

Canon zingen is al decennia uit. Jonger dan 40 – 45 jaar kan men het vaak niet meer. Ouderen, ook mensen met dementie, zijn er juist dikwijls heel goed in. Zomaar een wild idee: met de hele verpleegafdeling leren zingen in canon. Van medewerkers tot managers  leren van die vaardigheid van de bewoners. In achtstemmige harmonie. Dat is vernieuwende zorg waar echt iedereen blij van wordt!

Dromen met open ogen

Zing even mee: Ik heb zo wa-wa-wa-waanzinnig gedroomd
Het is zo mo-mo-mooi, da’s echt niet gewoon
Buss’maker zei: zing wat voor mij
en ook op school, want dat vak hoort er bij!

Afgelopen oktober stuurde minister Jet Bussemaker een brief naar de Tweede Kamer met een wetsvoorstel het vak muziek weer terug te brengen in de basisschool. En dat is voor de kids in de basisschoolleeftijd het beste nieuws van 2014!

Ja, ze bestaan nog wel, scholen met een muziekdocent, maar je moet ze met een lampje zoeken. In mijn eigen gemeente Pijnacker-Nootdorp, inclusief Delfgauw dus, waar 22 basisscholen van alle pluimages staan, is er nog één school met een vakleerkracht muziek. Zij houden, als het Gallische dorpje van Asterix en Obelix, dapper stand in het van muziekcultuur verschoond onderwijsland. Op landelijk gebied is het niet anders: scholen hebben in hun onderwijsplan dikwijls het vak muziek wel staan, soms zelfs met de naam van een gekozen methode erbij, maar in de praktijk is het meestal niets of marginaal.

Nu ligt daar een wetsvoorstel om het vak muziek de plaats in het onderwijs te geven die het verdient… en het is alsof ik droom. Bij het wetsvoorstel zit een rapport: Handreiking Muziekonderwijs 2020, waarin de berghelling naar het terugbrengen van muziek in de scholen uitgebreid beschreven staat. En nee: het is niet berg op: het is berg af. De sneeuwbal ligt op de top en heeft alleen een zetje nodig.

Ik ben daar ook, en niet voor het zetje. Dat gaf Bussemaker al, samen met Joop van den Ende, die het bedrijfsleven gaat inschakelen om 25 miljoen bij te dragen aan dit plan. Op mijn slee roetsj ik mee, zingend dat het schalt, dromend met open ogen.