Het verhaal van Meisje Loos op “de Verbeelding” Pijnacker- Nootdorp

Het verhaal van Meisje Loos op “de Verbeelding” Pijnacker- Nootdorp

23 en 24 september vindt in Pijnacker Nootdorp het jaarlijkse culturele weekend “de verbeelding” weer plaats.
In dat kader spelen Joke Maas en Bauke Steenhuisen het verhaal van Meisje Loos: een gruwelijk rijm in de traditie van Roald Dahl geschreven door Joke Maas.
Veel bekende zeemansliederen komen langs. Vanzelfsprekend ook “Daar was laatst een meisje loos.” Het is een klein beetje interactief.
Het is een dementievriendelijke voorstelling.
Dat wil zeker niet zeggen dat het optreden uitsluitend voor die doelgroep bedoeld is.
Het wordt feestje voor alle mensen van 6 tot 666 jaar.

Datum: zaterdag 23 september 2017
Tijdstip: 14.45 uur tot 15.30 uur
Locatie: woonzorgcentrum Veenhage, Meidoornlaan 2, 2631 GC Nootdorp.
Toegang: gratis. U kunt tot het moment van aanvang vrij binnen lopen.

Door de hele gemeente zijn er culturele activiteiten. Deze zijn te vinden op www.deverbeelding.nu

leerlingenconcert van Wergelmir 2017

Dit concert is reeds geweest. Kijk hier voor de foto’s.

Het is weer bijna zo ver: zaterdag 1 juli is het jaarlijkse leerlingenconcert van Wergelmir.

Alle uitvoerenden zijn volwassenen en kinderen met een beperking. Dat staat hartstochtelijk muziek maken op geen enkele manier in de weg, zoals je op 1 juli kunt horen

Dit concert is besloten. Wilt u het meemaken?

Neem even contact op met Joke Maas: muziekles@wergelmir

kleur aan de lente

Geef Klank en Kleur aan de Lente

Geef Klank en Kleur aan de Lente!

Lente, misschien wel het meest welluidende en kleurrijke seizoen! De vogels zingen al voor het licht wordt en natuur kleurt in pasteltinten.
Laat ook jezelf klinken in lentecanons en geef meer kleur aan de lente met pastelkrijt in de workshop zingen en pastelkrijt van Joke Maas en Wike de Klerk.

Wat: workshop zingen en pastelkrijt, een dementievriendelijke activiteit
Wanneer: dinsdag 21 maart 2017 van 10.00 uur tot 12.30 uur
Waar: De Vang-eten & drinken, Oudeweg 72, 2631 PB Nootdorp, naast molen “de Windlust”.
Bijdrage: €45, – inclusief, koffie of thee, taart en koek en materiaal
Geef je nu op:

joke@wergelmir.nl of info@lodur.nl
www.wergelmir.nl www.lodur.nl
of bel naar 015 3692137

Jostiband 50 jaar

“Twee emmertjes water halen staat nog steeds op het repertoire” opent de Volkskrant op 29 augustus 2016 een artikel over de 50 jarige Jostiband. Gelukkig maar, want dit liedje met de prachtige kleuterdeun sluit naadloos aan bij de muzikale ontwikkelingsleeftijd van heel veel mensen met een verstandelijke beperking. Top, dat ook Coldplay en Armin van Buuren daaraan zijn toegevoegd. Immers: we houden niet allemaal van dezelfde muziek. En in een orkest speel je niet alleen wat je zelf leuk vindt, maar ook wat anderen en je publiek leuk vinden.

Nee, persoonlijk ben ik geen fan van de Jostiband. Ik ben wel hartstochtelijk fan van haar leden, om hun manier van mens zijn.
In zijn muzikale ontwikkeling is iedere mens uniek; de één houdt van zingen, de ander van het bespelen van een instrument. Er zijn heel veel instrumenten.
In de Jostiband vind ik geen enkele zanger en het instrumentarium bestaat uit toetsinstrumenten en slagwerk. Dat heeft uiteraard een reden. Mensen met het syndroom van Down zingen zelden zuiver. In de volksmond zegt men: ze kunnen niet zingen. Zoals de meesten mensen met Down het lezen van noten niet onder de knie krijgen. Voor het laatste is de kleurenmethode uitgevonden. Daarbij worden op de keyboards, staafinstrumenten of accordeontoetsen kleuren geplakt en de muzikanten spelen geen noten maar kleuren. Koper en strijk of houtblaasinstrumenten vallen daarmee af. En zingen dus. Nu accepteren de meeste mensen met Down een ander instrument, zeker als het met enthousiasme wordt aangereikt. En dat is nou net de kracht van werkers in de verstandelijke gehandicaptenzorg. Maar recht aan de persoon doet het natuurlijk niet.
Uit ervaring weet ik dat mensen met Down zuiver kunnen leren zingen en dat niet iedereen, maar wel velen ook trompet of ieder ander instrument kunnen leren bespelen als ze dat willen. Voorwaarde is wel dat je naast je professionaliteit als muziekdocent voor bijzondere mensen beschikt over net zoveel geduld en enthousiasme als de gemiddelde werker in de verstandelijk gehandicaptenzorg.

Als het de mens met down en de docent lukt op gehoor en niet op kleuren muziek te maken hoor je iets prachtigs: de ziel van de muzikant, op dezelfde wijze als je dat kunt horen bij iedere andere musicus.
Door een enkele solo in de Jostiband bespeur ik het wel eens, maar de Jostiband, hoe geweldig ook, loopt het risico zelf een beperking te worden. Er is zoveel meer mogelijk!’

Concert Diamond Oldies

 

Concert:  We leave a path behind in Zoetermeer

Zondagmiddag 1 november vond er een uniek project plaats in Theater Kwadrant in Zoetermeer.

Klik hier om de foto’s te bekijken van deze succesvolle middag.

De bewoners van de Herbergier in Zoetermeer gaven een benefietconcert.

Aan dit project ligt een duidelijke visie ten grondslag. Een mens ontleent zijn mens zijn aan wat hij kan / mag betekenen voor zijn medemens. Dementerenden worden nog zelden in de gelegenheid gesteld iets concreets te betekenen voor een medemens.
Deze visie, mensen met dementie in de gelegenheid stellen iets te blijven doen voor zijn medemens, is de basis van alles voor zowel de Herbergier Zoetermeer als muziekschool Wergelmir.
In dit project krijgt deze visie handen en voeten. De bewoners van de Herbergier geven een spetterend concert dat voornamelijk bestaat uit Canons en Quod Libets.

Medewerking aan dit concert wordt verleend door Djoke Winkler Prins, sopraan en Leids Kinderkoor o.l.v. Wim de Ru.

 

Herinnert u zich deze nog?

In het zaterdagmagazine van de Volkskrant van 8 augustus staat een prachtig artikel van Tonie Mudde met even prachtige foto’s van Ernst Coppejans “herinnert u zich deze nog?
Het artikel vertelt over het onlineradiostation Radio Remember, waar bij voorbeeld zorginstellingen voor dementerenden zich op kunnen abonneren.

Radio Remember biedt muziek waar de generatie die nu dementeert vijftig tot zestig jaar geleden op danste en in de deux cheveaux op de transistor radio onderweg naar Renesse naar luisterde en uit volle borst meezong. Iedere zorginstelling weet dat dit gegarandeerd succes oplevert als je deze muziek laat horen in de jaren vijftig stijl ingerichte huiskamer van het verpleeghuis.

In het artikel komen ook enkele muziektherapeuten aan het woord.  Zal een format als Radio Remember muziektherapie niet verdringen?  Immers: een abonnement op een online programma is ongetwijfeld veel goedkoper dan een muziektherapeut. Die angst wordt in het artikel weggenomen. Muziektherapeut Manon Bruinsma merkt dat de vraag juist toeneemt door dit soort initiatieven en ook Frans Hoogeveen van de Haagse Hogeschool denkt dat verschillende vormen van muziektherapie elkaar versterken.

Hoe komt het dan toch dat in het overgrote deel van de woonvormen voor mensen met dementie muziek nauwelijks of geen plaats heeft?
Dat heeft, zoals alles in de zorg, wel degelijk met geld te maken.

Iedere keuze voor aanbod in de zorg is financieel gestuurd. Natuurlijk heeft iedere instelling ook een visie op de zorg geformuleerd. Die visie is weer een uitwerking van kennis én van affiniteit.
Een directie met beperkte kennis van en affiniteit met muziek zal met overtuiging verklaren dat muziek een plaats heeft in zijn instelling als radio 538 het merendeel van de dag aanstaat omdat het meteen zo gezellig klinkt als je binnenloopt. En dat is een legitieme overweging en goedkope keuze in tijden van enorme bezuinigingen. In een vluchtelingenkamp in de woestijn is een rantsoen van een liter water per persoon per dag ook al een hele luxe.

Het spectrum van muziekaanbod in de zorg is breed met aan het ene uiteinde de weloverwogen keuze voor radio 538 en aan het andere uiterste het oprichten van een contactkoor en of orkest. Radio Remember heeft binnen dit spectrum een mooie plaats.

Hoe financieren instellingen die wel muziektherapie hebben dat eigenlijk?
Primair doordat er, zoals in ieder huisgezin, op grond van kennis en visie andere keuzes in het uitgavenpatroon gemaakt worden.

Kost iets dat je wilt hebben geld dat je niet hebt? Wees innovatief en creatief!
Het mooiste voorbeeld dat ik ken is toch het initiatief van muziekschool Wergelmir met de Herbergier in Zoetermeer. Muziek is in die Zoetermeerse Herbergier hot en er wordt heel wat gezongen en gemusiceerd. Nu wilde men daar heel graag een tafelgrote super Ipad voor de bewoners: een kostbaar ding. Het idee het benodigde in te zamelen met een benefietconcert door de bewoners met hun maatjes te organiseren is daarom een plan dat heel veel vliegen in één klap slaat. Want: herinnert u zich deze nog? Van ieder lid van onze maatschappij, dementerend of niet, mag zelfredzaamheid worden verwacht. Zeker niet voor alles de hand op houden en zoveel mogelijk een bijdrage aan onze maatschappij blijven leveren.

Met muziek meer mens. Tot voorbij de vergetelheid!

Er is weer ruimte voor leuke dingen.

Soms krijg je uit je omgeving een onbetaalbare tip: in dit geval een link naar de site van de gemeente Amsterdam. Daar staat een hele pagina over wat zingen doet voor de taalontwikkeling van een kind.
Van het een kom je automatisch op het ander: op die site vond ik een link naar TOLK, een programma voor taalontwikkeling. Op deze sites vind je de kunst van de eenvoud: voor de (taal)ontwikkeling van het kind gaat men uit van de natuurlijke ontwikkeling van het kind. En wat doet een kind van nature als eerste? Zingen! Nou ja, de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het begint met huilen meteen na de geboorte. Maar dan nog: dit huilen ervaren ouders als zingen, toch? Je kind leeft en huilt en jij huilt mee, van blijdschap. Zo gaat dat van nature. En dan duurt het niet lang meer of het kind gaat zingen, met zo’n twee tot drie maanden. Ja, ja, taalprofessionals noemen dat vocaliseren, gewoon een duur woord voor zingen. Want zo klinkt het, en zeer veel ouders putten zich uit in moeite om dat vocaliseren op gang te krijgen, door hoge korte geluidjes te maken en ook tussen hun lippen te spugen tot de belletjes verschijnen. En ja, in doorsnee vinden moeders dat minder gênant dan vaders. Die halen dat in met, tot afschuw van de moeder, hun kind in de lucht te gooien en daar oerwoudgeluiden bij te maken. En de kinderen kraaien / zingen van de lol. Vanuit deze eerste zangmomenten ontstaat taal en het zingen houdt bij kinderen pas op met de uitspraak: stop maar, jij kunt niet zingen. Dan huilt het kind opnieuw als een tweede geboorteschreeuw: naar de wereld van volwassenheid met zijn normen en waarden en zingt niet meer.

Zingen is de eerste trede op de ladder van wat de mens onderscheidt van het dier: het vermogen tot het maken van muziek. De verbinding met het dier blijft in het feit dat geen dier iets doet dat geen waarde voor zijn leven heeft. De mens bezit het vermogen tot het maken van muziek om tot mens uit te groeien: door te spreken en kunst te maken. Maar ja, daar kopen we niks voor in een tijd dat alles uitgedrukt wordt in economische waarde. Levert zingen arbeidsplaatsen op, of inkomsten uit export? Alleen als je Nick en Simon heet. Goed: dan investeren we in Nick en Simon en de rest mag zingen onder de douche. En wil je zingen met een koor, dan ga je lekker met zijn allen onder de douche.

Maar: er zit lente in de lucht: het consumentenvertrouwen groeit! En, alsof zingen in geld is uit te drukken, komen er initiatieven als kieviten in de lente om het belang van muziek in het algemeen en zingen in het bijzonder onder de aandacht te brengen.
We lezen het ook op twitter en ministers zeggen het op tv: er is weer ruimte voor leuke dingen. Ik schreeuw het uit om de pijn van het kokerkijken en word opnieuw geboren.

Zangst je klas uit

Vandaag en morgen wordt het jaarlijkse congres van de Raad voor Primair onderwijs gehouden. Het thema is ‘kennis voor morgen’.
Een congres is pas een congres als er een heel belangrijk iemand spreekt. Dus is Maxima uitgenodigd en ze komt. Waar praat zij over? Over muziek!
De laatste twintig jaar is veel kennis op het gebied van muziekonderwijs aan kinderen van nul tot twaalf jaar verloren gegaan. De kennis van morgen op dit gebied mag dus zeker vandaag een onderwerp zijn.
Maxima spreekt over het belang van het leren bespelen van een muziekinstrument door kinderen. Dat belang staat als een paal boven water, toch wordt in dit pleidooi het belangrijkste aspect vergeten: eerst zingen, dan spelen.

Je zou het kunnen vergelijken met het leren eten: broccoli is behoorlijk gezond voor kinderen, maar een baby kan er nog weinig mee. Eerst melk, dan pap, dan broccoli.
Een baby van een paar maanden kan nog geen viool hanteren, maar zingen gaat prima! Sommige kleuters spelen viool, een kleuter met een trompet is zeldzaam. Maar zingen kan iedere kleuter als de beste. Een negenjarige met een fagot zal vooral voorkomen in families met een muzikale achtergrond en voldoende financiële middelen, meerstemmig zingen in groepsverband kan iedere negenjarige.

Instrumenten in de klas? Natuurlijk! Dan zijn instrumenten waar de leerkracht mee uit de voeten kan het meest praktisch. Hoeveel instrumenten zou de gemiddelde leerkracht bespelen? Of gaan we steeds externe docenten inhuren? Dat gaat hem niet worden op de lange termijn. De docenten scholen lijkt een meer levensvatbare optie. En laten we dan beginnen met zingen in de klas. Iedere leerkracht kan het.
Natuurlijk er zijn behoorlijk veel mensen en dus ook leerkrachten met zang-angst, kortweg zangst. Met zangst kun je heel oud worden, maar als je als leerkracht zangst hebt, dan is dat lastig.
Daarom is stap één naar structureel muziekonderwijs in het basisonderwijs misschien wel niet een pleidooi voor een muziekinstrument voor ieder kind, maar voor leren zingen door iedere leerkracht in je school onder het motto ‘zangst je klas uit!’

Hoe vinden we muziekonderwijs opnieuw uit?

Het muziekonderwijs komt weer terug op de basisschool, maar vóór het zo ver is moet er nog heel wat gedaan worden. Veel juffen en meesters hebben immers niet meer geleerd hoe je een leuke muziekles geeft. Eigenlijk moet het gewoon opnieuw uitgevonden worden.

Het uitgangspunt van iedere uitvinding is aanhaken en voortborduren op iets dat al bestaat én succesvol is. Voor muziekonderwijs is dat bijvoorbeeld de popcultuur in IJsland, prachtig aangehaald door Suzan Lutke in haar blog van 19 januari in de Volkskrant. In dezelfde krant trof ik echter ook een artikel over de muzikale invloed dichterbij huis: ons eigen Limburgse Horst. Oorsprong van gitaarband de Afterparties, de grote belofte van 2014. Ik verbind deze twee zaken graag even.

Waar noch in het artikel, noch in het blog de vinger op wordt gelegd is welk muziekonderwijs deze succesvolle musici hebben gehad, terwijl je dat meteen herkent als je de artikelen naast elkaar leest. Het begon in beide gevallen namelijk gewoon thuis, bij hun eigen familie. Een IJslandse opa, en de Limburgse vader: Chris Nellen, liedjesschrijver. O ja: een hele kolom wordt gewijd aan ‘inspiratiebronnen’. Maar aan inspiratie heb je pas wat als er sprake is van een voedingsbodem. En wie zijn de eerste voeders van de jonge musici? De ouders, grootouders en andere familieleden!

“Het is koud, je hebt niets te doen en je pakt een gitaar” en: “Het muzikale licht zag ik toen ik het schrijfwerk van mijn oude vader, gestoeld op de IJslandse poëzie, las”. Dat zijn prachtige romantische beelden, waar iedereen meteen voor valt, maar die weinig relatie hebben tot de werkelijkheid. Vóór dat moment waren deze jongens namelijk al rijk gevoed met een klankwereld en wisten ze wat ze wilden doen met die gitaar.

Voor IJsland is dat de IJslandse ‘bijbel’, de Edda, die zo’n 1200 jaar geleden al, gezóngen verspreid werd. De schriftelijke verspreiding van die IJslandse mythische verhalen kwam pas vele eeuwen later. Tot die tijd trokken bards rond, de zingende verhalenvertellers die de verhalen zongen die later boeken zouden worden. En die muziek was stoer en ijl en zeer vurig!

In die traditie staan de IJslandse popmusici, zoals de jongens uit Horst staan in de traditie van de band ‘Heideroosje’, die een liedtekst van hun vader opnam. De band waarvan de musici in hun dorp Horst rondliepen.

Is muziekonderwijs op de basisschool dan niet zinvol? Zeker wel! Maar een kind is geen onbeschreven blad als het met muziek start in groep 1. Trouwens ook niet als het naar de zo waardevolle peuterspeelzaal gaat. Aan de peuterjuffen leren hoe en wat te zingen met de kleintjes, daar breek ik een lans voor, zoals ik even graag een lans breek voor muziek voor baby’s. Want dáár begint het. Het leven van een succesvolle musicus start niet met een gitaar of met een prachtig gedicht. Het leven van een musicus start met de hartenklop, het ruisende bloed en de zangstem van de moeder: dat is wat de ongeboren baby in de baarmoeder hoort. Net als het muziekinstrument dat moeder bespeelt.

Als de basisschool met goede methodes en gepassioneerde muziekleraren vernieuwend kan aanhaken op bestaande tradities, dan hebben jongeren, als ze zich dood gaan vervelen in de puberteit en met een gitaar bij elkaar kruipen, de basis om succesvol vernieuwende muziek te maken en de bestaande cultuur uit te bouwen.

Muziek met de paplepel

peutermuziek buisklokken

Een tijdje geleden liep ik te flyeren op de weekmarkt voor de nieuwe cursus voor kinderen van nul tot zes jaar. Dat is leuk want de reacties zijn bijna altijd enthousiast en positief. Maar soms ook verbaasd en verrast. Zo zei de ouder van een peuter van een jaar of twee: “Nou, dat is nog wel een beetje te vroeg hè? “
Los van dat je bij deze uitspraak nooit weet of het nu een vraag of een opmerking is, was dat moment (volle tassen, dreinend kind) niet het juiste voor een mooie gedachtewisseling hierover. Maar als het een vraag was, was het wel een goede. Is twee jaar te jong voor muziekles?

Als het gaat om saxofoonles of trompetles zal het meteen duidelijk zijn.
Vertalen we het even naar eten, dan weet iedereen dat de gemiddelde tweejarige niet blij wordt van witlof of spruitjes. Maar pap gaat er prima in. En muziek is als pap. Dat weet iedere ouder die zijn of haar baby nieuw en onbekend eten geeft: het gaat het beste als je er bij zingt. Tot de baby mee gaat zingen en hij zich verslikt natuurlijk. Jonge kinderen zijn dol op zingen! Ze kregen het bij de geboorte mee en ze kunnen het ook al heel vlot na de geboorte. De meeste ouders klinkt kraaien van plezier als muziek in de oren en ze gaan van pure pret mee kraaien. Je zou het de eerste wisselzang kunnen noemen. Eerst het kind, dan de ouder: pure pret!

Begin je met muziek bij kindjes van een maand of zes dan krijg je grote ogen en gespitste oren als je een ‘zeetrommel’ laat horen. Dat klinkt precies als het ruisen van het bloed in de baarmoeder voor de geboorte. Daar geniet je als volwassene nog altijd zo van dat je er op zondagmiddag voor naar het strand rijdt. Dat kan een baby natuurlijk niet en daarom is het zo mooi dat er muziek voor baby’s bestaat. En voor peuters en voor kleuters. En voor mensen van iedere leeftijd. En juist daarom vind ik het zo heerlijk om precies te weten welke muziek er het beste past bij welke leeftijd: van de eerste inademing tot de laatste uitademing. Het effect van die kennis ervaar ik tijdens de workshops: bij de kindjes én hun ouders!